Terugkijken kan ook teleurstellend zijn

Medezeggenschap

door René Bliek

De SG Aanwijzing Sourcing Beleid Defensie (SG A/938) uit 2008 bevatte het herziene defensiebrede beleid over de keuze tussen zelf doen, uitbesteden en samenwerken, kortweg ‘sourcingbeleid’. Bij het opstellen hiervan is nadrukkelijk rekening gehouden met de bijzondere positie van de organisatie.

Het sourcingbeleid van Defensie betreft de vraag of de krijgsmacht een dienst of activiteit zelf uitvoert of deze verkrijgt door samenwerking of uitbesteding. De mogelijkheden lopen daarbij uiteen van samenwerking met of uitbesteding aan het bedrijfsleven tot en met samenwerking met andere civiele partijen en (mede-)overheden, in zowel nationaal als internationaal verband. Als zodanig raakt het sourcingvraagstuk de gehele organisatie en de uitvoering van vrijwel alle defensietaken.

In 2011 is het beleidskader personele uitgangspunten en randvoorwaarden bij sourcingtrajecten opgesteld. Dat beleidskader is van toepassing, indien in het kader van een sourcingtoets wordt besloten tot het uitbesteden van werk, dan wel het aangaan van een samenwerkingsvorm met de markt en daarbij sprake is van een overgang van defensiepersoneel. De in het beleidskader opgenomen personele uitgangspunten en randvoorwaarden dienen gehanteerd te worden. Daar natuurlijk ieder sourcingtraject zijn eigen personeelsproblematiek met zich meebrengt zal een op de concrete situatie toegesneden oplossing moeten worden gevonden. Feit is dat een overgang van defensiepersoneel naar de overnemende partij gevolgen heeft voor de rechtspositie van het personeel. De rol van de Centrales van Overheidspersoneel (CvO) bestaat met name om vast te leggen op welke wijze het personeel van defensie wordt overgebracht naar die overnemende partij. Indien er overeenstemming is over de rechten of verplichtingen van individuele militaire ambtenaren of individuele ambtenaren kan een sourcingtoets pas positief afgesloten worden.

Eind 2013 en begin 2014 is de Tweede Kamer nogmaals geïnformeerd over de voortgang van sourcing bij Defensie. Daaruit bleek duidelijk dat sourcing geen doel op zich is maar een middel. De nadruk moet liggen op de verbetering van de bedrijfsvoering en de verhoging van de doelmatigheid. Op dat moment was er een ambitieuze en omvangrijke sourcingagenda met 26 projecten die door de Tweede Kamer goed gemonitord werd. Ondanks dat sourcing in 2014 in de lijn belegd werd als bedrijfsvoering instrument bleef de Kamer geïnformeerd over de toen vijf prioritaire projecten te weten: het bewakings- en beveiligingssysteem, operationele wielvoertuigen, vastgoeddiensten, IV/ICT en cateringdiensten.

Ook zijn in die periode in het algemeen overleg (AO) door de commissieleden van de vaste commissie voor Defensie (VCD) een aantal zorgen uitgesproken, zoals de lange doorlooptijden van de sourcingprojecten, het ambitieniveau, de bureaucratie, de informatievoorziening, de zorg voor het defensiepersoneel en het sociaal statuut (1).

(1) Op 19 juli 2013 heeft Defensie samen met de CvO een sociaal statuut uitbesteding afgesloten. Daarmee kunnen afspraken per project worden gemaakt over de specifieke personele gevolgen van de uitbesteding. Belangrijk doel was de mogelijkheid te hebben om de arbeidsvoorwaarden bij Defensie te kunnen vergelijken met de markt.

18 Dec 2018 werden, in het bijzijn van Minister van Defensie Ank Bijleveld, bij Scania Production Zwolle de eerste Scania Gryphus trucks afgeleverd aan het Ministerie van Defensie. Goed dat er nieuwe trucks gekocht zijn, maar vergeet de mogelijk negatieve gevolgen voor het personeel niet. Al zal de chauffeur niet snel klagen!

Om sneller tot resultaten te komen en daarmee ook de periode van onzekerheid voor het personeel zo kort mogelijk te houden, moest het proces worden vereenvoudigd en moesten binnen de projecten zelf prioriteiten worden gesteld.

Duidelijk was wel dat sourcing veel meer is dan alleen uitbesteden. Er is toen bijvoorbeeld gekozen voor interdepartementale samenwerking van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Een keurig overdrachtsprotocol is daar in 2015 over opgesteld. Echter, vorig jaar is pas besloten de Servicedienst Vastgoed Defensie (SVD) niet over te dragen aan het RVB. Dat er vier jaar voor nodig was om tot dit besluit te komen zegt wel weer iets over de complexiteit van sourcing. Al die mooie ideeën en plannen ten spijt: de praktijk van alledag is soms vele malen weerbarstiger dan wij zouden willen.

Belangrijk was en blijft het om over de kerntaken van Defensie duidelijkheid te hebben en te houden. Diensten die niet defensie-specifiek zijn en vergelijkbaar zijn met hoe ze in de markt aan organisaties worden geleverd kunnen in beginsel worden uitbesteed of samen gedaan worden. Waar mogelijk wordt de keuze voor het onderzoeken van zelf doen, uitbesteding of interdepartementale of internationale samenwerking direct aan het begin van het proces gemaakt. Defensie moet de sourcingafweging niet alleen voor de uitvoering van dienstverlening maken, maar ook bij de investeringen in materieel en vastgoed.

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

Dat terugkijken ook teleurstellend kan zijn blijkt bijvoorbeeld uit het reorganisatietraject DVOW. Het programma DVOW betreft de vervanging van oude generaties wielvoertuigen zoals de DAF, Mercedes Benz en Landrover, alsmede de containers voor specifieke taken, bij alle defensieonderdelen. Deze aanschaf moest knelpunten in de beschikbaarheid van operationele voertuigen oplossen en de inzetbaarheid van de krijgsmacht vergroten.

In 2014 werd door Defensie de toezegging gedaan dat er een personeelsparagraaf DVOW zou worden opgesteld. In 2015 werd daar uitgebreid over gesproken immers, er zijn mogelijk personele gevolgen voor het defensiepersoneel. Tot op heden is er door Defensie nog geen personeelsparagraaf DVOW opgeleverd. In 2015 hebben de CvO diverse malen hun ongenoegen geuit dat er nog geen beleidsvoornemen DVOW is ondanks dat het sourcingstraject wel doorgang vindt. Op 12 november 2015 werd er een beleidsvoornemen vastgesteld, maar het ontbrak aan concrete reorganisatieplannen. Wel werd er door het CLAS gestart met een studie ter voorbereiding op het reorganisatietraject. In 2017 is er een aanvullend beleidsvoornemen aangeboden.

In 2016 werd de betrokkenheid van de CvO en medezeggenschap bij sourcingtrajecten besproken. Er werd afgesproken om dit nader uit te gaan werken in een technisch werkverband sourcing. Voor dit technisch werkverband is in 2019 een instellingsbeschikking middels een zogeheten piepbrief (2) gedeeld met de CvO.

In 2018 werd door Defensie geconstateerd dat de eerder genoemde aanwijzing sourcing (SG A/938) niet meer actueel was. Deze constatering samen met de overtuiging dat de aanwijzing slechts een bundeling was van andere bestaande regelgeving en kaders maakte dat de aanwijzing in het kader van het vereenvoudigen van de regelgeving per 12 september 2018 werd ingetrokken. Abusievelijk zijn de CvO daarover niet geïnformeerd. De aanwijzing bevatte naast de beleidsdoelstellingen, vooral kaders en richtlijnen voor de uitvoering van sourcingafwegingen en specifieke sourcingprojecten. Het merendeel was inderdaad gekopieerd uit andere documenten (o.a. het Handboek Verwerving, Defensie Materieel Proces en SG-aanwijzing Uitvoering Reorganisaties Defensie [URD]).

In de werkgroep Reorganisaties (WGREO) van 29 oktober 2019 hebben de CvO nogmaals aangegeven dat bij elke vorm van sourcing, vormen van publiek private samenwerking of inhuur de CvO zo vroeg mogelijk op de hoogte moet worden gesteld en betrokken moet worden bij het proces. De CvO constateren dat Defensie op dit moment al vaak intensief bezig is met marktpartijen over het sourcingtraject en dat er wellicht onomkeerbare besluiten worden genomen voordat de CvO geïnformeerd c.q. betrokken zijn. Het is duidelijk dat voordat een sourcingtraject is afgerond er goede afspraken met de CvO moeten worden gemaakt. Per plan dient er bekeken te worden wat er geregeld moet worden voor het betrokken personeel. Het sourcingtraject DVOW heeft geleid tot veel ergernis bij de CvO. De reden daarvan is dat de CvO in de pers moesten lezen dat er voertuigen waren aangekocht zonder dat er op enige wijze overleg was geweest met de CvO. Kern van het probleem is het feit dat in een recent document van augustus 2019 is opgenomen dat er weer allerlei voertuigen zijn aangekocht en geconstateerd wordt dat het onderhoud in de meeste gevallen wordt uitbesteed. De CvO zien dat er aankopen worden gedaan waarbij er personele consequenties zijn. Om die reden werd afgesproken dat alle reorganisatieplannen van de OPCO’s (operationeel commando van zee- land-, luchtstrijdkrachten en Koninklijke Marechaussee) waar DVOW in voorkomt, ter behandeling naar de WGREO worden gestuurd.

In de werkgroep REO van 19 november 2019 stond DVOW geagendeerd als onderwerp. Na enige discussie over het onderwerp werd voorgesteld, door de Hoofd Directie Personeel (HDP), een feitenrelaas DVOW op te stellen waaruit moet blijken wat in het verleden heeft plaatsgevonden.


(2) De CvO krijgen dan 10 werkdagen de tijd om op de brief te reageren. Indien er geen reacties komen geven de CvO dus instemming.

De 68 nieuwe heftrucks worden geleverd door een Canadees-Nederlands consortium. Ze zijn nodig omdat de nieuwe Scania-vrachtwagens van Defensie containers gaan vervoeren. Het Canadese Liftking bouwt de voertuigen. De Nederlandse firma Van Santen onderhoudt ze. Eind 2020 stromen de containerhefmiddelen bij de defensieonderdelen in. Wat zijn de gevolgen voor onze Defensiemonteurs?

Gelet op de gemaakte afspraak in de WG REO van 29 oktober is het reorganisatieplan ‘versterken MatlogCo CLAS’ na behandeling in de IOREO CLAS op 29 november 2019 doorgeleid naar de WGREO. In dit reorganisatieplan zitten 3 elementen:

  • een reductie van 62 VTE’n bij 300 Matlog- Cie. Er is sprake van boventalligheid, maar geen overtolligheid want er zitten geen medewerkers op deze functies. Deze reductie is gerelateerd aan de reductie van functies bij 300 MatlogCie op basis van de implementatie van DVOW-I (VW Amarok). Nogmaals, deze functies zijn allemaal vacant (vacaturemanagement).
  • het versterken van MatlogCo met 63 VTE’n. Hiermee kan het MatlogCo de vereiste veranderingen en intensiveringen doorvoeren die de organisatie beter in balans moeten brengen ten opzichte van het brede palet aan taken en verantwoordelijkheden.
  • de aanbevelingen uit de appreciatie van de evaluatie van Operationele Catering ([OpCat] [integratie productgroep OpCat in afdeling Logistiek]). Door middel van het op orde brengen van de IST zijn de tijdelijke tewerkstellingen geformaliseerd binnen de afdeling Logistiek. Hierdoor zijn de aanbevelingen uit de appreciatie van de evaluatie van OPCAT versneld geïmplementeerd en is de tijdelijke werkorganisatie opgeheven.

    Het reorganisatieplan MatlogCo stond geagendeerd voor de WG REO van 14 januari en 4 februari 2020. Het reorganisatieplan is echter in beide vergaderingen niet behandeld. Reden hiervoor was de problematiek van het feitenrelaas DVOW waarvan de eerste versie naar de mening van de CvO niet volledig was en de vraag “Waarom zijn de gemaakte afspraken van sourcing DVOW uit het verleden niet nagekomen?” niet was beantwoord.

Wat is nu de huidige uitdaging?

De GOV|MHB wil dat Defensie de CvO en de medezeggenschap tijdig betrekt bij sourcingtrajecten. Voor nu moet ons gezamenlijk doel zijn dat de diverse overlegrollen tijdens een sourcingtrajecten voor eenieder snel duidelijk zijn. Het technisch werkverband sourcing moet daarvoor aan de slag, met als mogelijk doel het actualiseren van het SSU en een eventueel op te stellen kader sourcing. Ook dient Defensie een defensiebrede inventarisatie op te maken van alle lopende en geplande reorganisatietrajecten met sourcing.

Door duidelijke vervolgafspraken te maken moet het mogelijk zijn om op korte termijn het reorganisatieplan MatlogCo goed te keuren, waarbij het essentieel is dat er een concept personeels-paragraaf ligt voor het DVOW (vervolg) traject. In zo’n personeelsparagraaf wordt beschreven op welke wijze een eventuele overgang van defensiepersoneel naar de marktpartijen wordt begeleid en welke stappen worden gehanteerd om recht te doen aan de belangen van het betrokken personeel.

In de WGREO van 3 maart zal nadere besluitvorming plaatsvinden.