Rekenrente en dekkingsgraden

door Ruud Vermeulen

Als er niets gebeurt dan verwateren onze pensioenen nog verder, leveren 40- tot 60-jarigen een verdere 10% van hun pensioen in en stijgt de premie aanvankelijk 20% en uiteindelijk nog veel meer. En groeit het kapitaal van de fondsen excessief.

Op dit moment kleuren de beurzen bloedrood. Ik twijfel er niet aan dat de Nederlandse Bank hier weer een aanleiding in ziet om het nieuws over de verkenning van een optie, zonder gebruik te maken van de rekenrente, ter discussie gaat stellen. Overigens, ook een aantal politieke partijen zal dit momentum aangrijpen. Maar laat u niets wijs maken. Dit is niet de eerste beurzencrisis en het zal ook niet de laatste zijn. Het zal alleen het zoveelste bewijs leveren dat elke crisis weer overwonnen wordt. Maar wat is er aan de hand?

Pensioenakkoord 2019

Ik heb al een aantal malen aangegeven dat het vorig jaar gesloten ‘pensioenakkoord’ geen akkoord was dat de naam ‘pensioen’ mocht dragen. Het ging in dit akkoord namelijk over de ‘bijzettafel-onderwerpen’ zoals de RVU-boete (Regeling Vervroegde Uittreding) en daarmee over de zware- beroependiscussie. Bovendien raakte men de verzekering van onze ZZP’ers en de doorgeslagen flexibiliteit hiervan, zoals deze ook in het rapport van de commissie Borstlap aan de kaak worden gesteld. Echter, de echte pensioendiscussie werd vooruitgeschoven. In het akkoord werd wel opgenomen dat er in principe oplossingen zouden moeten worden gevonden gebaseerd op de huidige rekenrente systematiek. In september 2019 zijn een aantal werkgroepen en een stuurgroep van start gegaan. De uiteindelijke beslissingen zouden aan een aparte groep voorgelegd worden, met daarin minister Koolmees, voorzitters van vakbonden en werkgeversorganisaties en de voorzitter van de SER.

Cijfers ABP

Voor een goed inzicht en gevoel bij de materie zijn enkele cijfers onontbeerlijk. Het kapitaal van het ABP is gegroeid van in 2007 € 218 miljard naar nu (2019) € 468 miljard. Het jaarlijks gemiddeld rendement over de jaren heen is 7%. In 2007 was dit dus ongeveer € 15 miljard. Nu is dit gemiddeld meer dan € 33 miljard (in 2019 € 68 miljard, in 2018 2% negatief ongeveer € 8 miljard). De commissie Dijsselbloem schat in dat de resultaten naar ongeveer 5% zullen gaan dalen. Dat zou betekenen dat eWerkgroepen Pensioenakkoord r jaarlijks een gemiddeld rendement wordt behaald van ongeveer € 23 miljard, uitgaande van het kapitaal uit 2019. In 2017 kwam er aan premie € 9,1 miljard binnen en ging er € 10,7 miljard aan betaalde pensioenen uit. Als er geïndexeerd zou worden dan zou dit in geld betekenen een verhoging met € 2 miljard naar € 12,8 miljard.

Het ABP kent dus een negatieve kasstroom van € 1,6 miljard als er niet geïndexeerd wordt en van € 3,7 miljard als er wel geïndexeerd wordt. Indien de pensioenpremies verhoogd worden met 20%, dan zal dit leiden tot een verhoging van de inkomsten van 9,1 naar 10,9 miljard. Conclusie: het kapitaal en daarmee de rendementen zijn absoluut dé dominante factoren geworden in ons pensioenstelsel. Het verschil tussen premie-inkomsten en pensioenuitgaven is nu ongeveer 10% van de rendementen en zal snel verder dalen door de verhoging van het kapitaal en daardoor de rendementen van de fondsen.

Werkgroepen Pensioenakkoord

In september zijn de werkgroepen voor een nieuw pensioenstelsel van start gegaan. Tegen de Kerst liep men tegen de stootnokken aan om de gestelde doelen te kunnen bereiken. Vervolgens zou de vertegenwoordiger van minister Koolmees in de stuurgroep, de heer Buitendijk, hier tijdens de kerstdagen over na gaan denken. Hij verwachtte dat hij onder de kerstboom wel tot oplossingen zou kunnen komen. Echter, dit heeft wederom niet tot enig licht in de duisternis geleid. De discussie over ons nieuwe pensioencontract zat vast. Zoals ook uit het Telegraaf-artikel van 20 februari is op te merken heeft onze VCP (Vakcentrale voor Professionals) zich hier kranig geweerd en heeft hij expliciet als voorstel ingebracht dat, naast de vastgelopen verkenning, nu ook een verkenning zou moeten worden uitgevoerd waarbij de rekenrente-systematiek zou worden losgelaten. Dit is een doorbraak. De VVD en met name D’66 wilden vasthouden aan deze systematiek. Maar het is nu, na een half jaar, wel duidelijk: dit gaat niet lukken. Er zullen andere opties verkend moeten worden. En de enige die volgens mij naar de gestelde doelen leidt is de optie van het loslaten van de rekenrente.

Doelen

Welke doelen moeten er bereikt worden en waar gaat het eigenlijk over? Er zijn drie doelen die een rol spelen namelijk: indexatie, compensatie van de doorsnee-systematiek en de hoogte van de te betalen premies.

Ten eerste de indexatie.

De pensioenen zijn de laatste 10 jaar niet geïndexeerd. Bovendien dreigt er nog een verdere korting als het systeem van de rekenrente gehandhaafd blijft. Daarnaast is er bijna 2% inflatie per jaar. Dat betekent dat in hoog tempo de waarde van onze pensioenen verder wordt uitgehold. De ouderen, de gepensioneerden, merken dat aan den lijve. Maar ook alle premie-inleggers zien dat zij wel premie inleggen, maar dat op hun pensioenoverzicht (UPO) dit niet weerspiegeld wordt. Zoveel geld betalen en dan zo weinig terugkrijgen is zonde van het geld. Het draagvlak voor een van de beste pensioensystemen in deze wereld wordt stelselmatig onderuitgehaald. Het doel voor jongeren en ouderen moet dus zijn dat er geïndexeerd moet worden.

Ten tweede: doorsnee-problematiek.

In de huidige arbeidsmarkt wil de overheid stimuleren dat men gemakkelijk kan switchen van de ene baan naar de andere. Bovendien wil de overheid dat men periodes kent van werken voor een werkgever en vervolgens als ZZP’er bezig kan zijn of omgekeerd. Om dit ook in de pensioenwereld te faciliteren past het om een over de gehele premiebetalende tijd gelijkmatig en bij de leeftijd passende pensioenpremies te betalen. Op dit moment betalen jongeren relatief te veel en ouderen tussen de 40 en 60 jaar te weinig.

Wanneer je deze verandering wilt doorvoeren dan zul je moeten gaan compenseren. De huidige 40 tot 60-jarigen hebben in hun jonge jaren te veel betaald. En nu zouden zij de dupe worden van deze stelselwijziging die tot wel 10% van hun pensioen kan kosten. De kosten hiervan bedragen geschat vijftig tot honderd miljard euro en er is eigenlijk niemand die precies weet hoeveel, maar wel dat het veel geld gaat kosten. Dit moet opgelost worden.

Als laatste: de pensioenpremies.

Wij betalen nu ongeveer 20% van ons inkomen aan onze pensioenen. Bij de berekening van de premiehoogte wordt uitgegaan van een percentage van 2,8%. Dit betekent dat er gerekend wordt met een rendement op de gestorte premie van 2,8% over de gehele termijn en dat dit geld nog kan renderen. Het pensioenfonds moet echter rekenen met nu 0,7% voor de dekkingsgraad. Dus bij de storting van de premie vermindert de dekkingsgraad omdat bij de premieberekening gerekend is met 2,8% en bij de dekkingsgraad met 0,7%. Dit is voor ouderen natuurlijk een doorn in het oog. De dekkingsgraad daalt door het betalen van “te weinig premie”.

Er zijn nu zelfs plannen om de premies met 10 tot 20% te verhogen. Zoals bij de “cijfers” al is aangegeven: zonder enig nut of noodzaak en het blijven volgen van een failliete systematiek.

De rekenrente flest de werkelijkheid, leidt tot animositeit en het uitspelen van jongeren, middelbare leeftijders en ouderen. Waar kennen wij dat van, verdeel en heers, volgens mij.

Samenvattend

Eindelijk is de mentale barrière van het verbod op het opheffen van de rekenrente doorbroken. In mijn ogen zien politici de verkiezingen naderen en gaan ze hun knopen tellen. Jongeren, middelbaren (40 tot 60 jaar) en ouderen laat u niet tegen elkaar uitspelen. Wij allen hebben voordeel van dit opheffen. De excessieve opbouw van pensioenkapitaal moet binnen marges worden gebracht. Overigens wel onder de premisse van duurzame liquiditeit en solvabiliteit.

De begerige ogen vanuit politieke partijen naar deze vetpotten moeten worden tegengegaan. En het probleem van het loslaten van de zekerheid, vraag maar eens aan de ouderen hoeveel zekerheid ze nu hebben!