Dr. Martijn Kitzen is gewezen officier en werkzaam als
universitair hoofddocent krijgswetenschappen aan de NLDA (foto: Wikipedia)

OPINIE - BINNENLAND

Onze missie

DR. MARTIJN KITZEN

De publicatie van de Afghanistan Papers eind vorig jaar door de Washington Post zorgde voor een golf van verontwaardiging; jarenlang bleek de Amerikaanse bevolking - en daarmee ook de Europese - systematisch voorgelogen te zijn over de oorlog in Afghanistan. Politieke en militaire topstukken schetsten tegen beter weten in een te rooskleurig beeld en ondersteunden dat met gemanipuleerd bewijs. Schande!

Ik zie het anders. Voor mij is dit het zoveelste symptoom van de ziekte waar de politiek-militaire besluitvorming van onze tijd aan lijdt. De gepubliceerde documenten geven ons een inkijkje in het onvermogen om een strategie te formuleren en die vervolgens ook consequent uit te voeren. De zoektocht naar politiek succes is belangrijker dan daadwerkelijke vooruitgang op de grond. De drang snel resultaten te kunnen presenteren wint het van geduldig afwachten of de gekozen richting werkt. Dat daarbij al dan niet bewust feiten worden achtergehouden, verdraaid of mooier worden voorgesteld is natuurlijk schandalig. Dit laatste beperkt zich echter niet tot militaire missies en is helaas iets wat we ook op andere beleidsterreinen maar al te vaak terugzien. Daar hebben we hier in ons land voldoende voorbeelden van. Denk maar eens aan de situatie bij de Belastingdienst of de manier waarop het tekort aan leraren en politieagenten wordt gebagatelliseerd. De nationale ombudsman merkte in 2012 al op dat ‘strategisch omgaan’ met overheidsinformatie het vertrouwen van de bevolking schaadt. Zelfs in deze tijd van fact free politics gaan vertrouwen en geloofwaardigheid hand in hand met eerlijke en transparante berichtgeving. Maar goed, dat hoef ik u als ervaren militaire leiders natuurlijk helemaal niet te vertellen. Zo weet ik dat velen van u zich hebben geërgerd aan de recente discussie over burgerslachtoffers die vooral voortkomt uit een gebrek aan transparantie.

Het probleem zit in de hedendaagse politiek-militaire interactie. We hebben allen geleerd dat oorlog voortzetting is van politiek met andere middelen. De regering geeft een opdracht en de krijgsmacht voert die uit, punt. Al ruim honderd jaar voor Von Clausewitz sprak Michiel de Ruyter de historische woorden: ‘De Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden’. Dit primaat van de politiek is een goede zaak omdat het niet alleen waarborgt dat de krijgsmacht niet het heft in eigen handen neemt, maar ook betekent dat zij voor duidelijke politieke doelen zal worden ingezet. En dat laatste is nu precies waar vandaag de dag de schoen wringt. Waarom zendt de regering militairen uit? Vaak is het antwoord niet helemaal duidelijk en lijken er achter de schermen allerlei belangen te spelen waarover niet openlijk wordt gecommuniceerd. Achter de vage doelen van de missies in Uruzgan, Kunduz en Mali schuilt een complex geheel van op elkaar inwerkende nationale en partijpolitieke belangen. Lkol George Dimitriu, nu commandant van 17 Pantserinfanteriebataljon, wist dit in een veelgelezen artikel in het gezaghebbende Journal of Strategic Studies uitstekend te duiden. Traditioneel is buitenlands beleid de bepalende factor voor de inzet van de krijsmacht. Vandaag de dag is binnenlandse politieke strijd echter minstens net zo belangrijk. Het vanuit buitenlandse politiek en strategisch oogpunt totaal irrationele einde van de Uruzganmissie is misschien wel het meest drastische voorbeeld hiervan. Moderne oorlog is dus voorzetting van buitenlandse èn binnenlandse politiek met andere middelen. In mijn ogen is die binnenlandse, partijpolitieke component de belangrijkste reden van het strategisch onvermogen dat zich de afgelopen decennia zo nadrukkelijk manifesteert.

Terug naar de Afghanistan Papers. Eigenlijk is de oorlog in Afghanistan een grote mission creep. Het conflict ging in eerste instantie immers om het straffen van de daders van 9/11 en verviel vervolgens in respectievelijk een stabilisatie-, counterinsurgency- en trainingsmissie. Vanuit de Amerikaanse politiek bekeken zijn die laatste twee, en misschien wel alle drie, exit-strategieën die bedoeld waren om zo snel mogelijk van een impopulaire oorlog af te komen. Om tegemoet te komen aan binnenlandse politieke druk was het dan ook zaak snel vooruitgang te boeken. Zie hier het recept van de giftige cocktail die leidde tot ongeduld en een ‘goed-nieuws-show’. In Nederland hadden we last van precies hetzelfde. Ik heb het al gehad over het einde van de Uruzganmissie. Ook herinner ik me de TFU-commandant die me vertelde hoe hij tegen alle gemaakte afspraken in al na drie weken in het inzetgebied werd lastiggevallen met telefoontjes van de defensiestaf om maar zo mooi mogelijke resultaten te presenteren. Daarnaast maakte ik zelf mee hoe een aanzienlijk deel van de staf in het inzetgebied bezig was met het anticiperen op mogelijke Kamervragen. Gezien de geluiden die ik uit Mali heb gehoord, verliep het daar niet veel anders. Hoe zorgen we dat dit in de toekomst verandert?

Ik ga u natuurlijk niet vragen het primaat van de politiek te verwerpen. Wat wij wel kunnen doen is bij de politiek erop aandringen ons duidelijke doelen te geven. Dat geldt niet alleen voor individuele uitzendingen, maar ook voor de visie op Defensie als geheel. De toestand in de wereld om ons heen vraagt om een einde aan de huidige ‘strategische vaagheid’. Wat dat betreft kan ik u ook het stuk over het Nederlandse (gebrek aan) strategisch denken van majoors Ivor Wiltenburg en Martijn van der Vorm op het populaire blog The Strategy Bridge aanraden. Laat het onze missie zijn om met onze kennis en kunde als officieren deel te nemen aan het debat en te zorgen dat politici van alle partijen zo goed mogelijk geïnformeerd zijn. Het is belangrijk dat zij de reële mogelijkheden en onmogelijkheden van onze krijgsmacht goed leren kennen zodat ze daar bij hun partijpolitieke afwegingen op zijn minst rekening mee kunnen houden. Dat is een eerste stap op weg naar duidelijke doelen en de broodnodige transparantie ten behoeve van de samenleving en de ingezette militairen.