Afbeelding: Wikimedia Commons

OPINIE - BINNENLAND

Naar rechts richten

Verschuift het zwaartepunt van de EU naar het oosten?

LKOL B.D. P. DEKKERS

Nederland behoorde met Frankrijk, de Duitse Bondsrepubliek, Italië, België en Luxemburg in 1952 tot de oprichters van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Hieruit kwam later via, de EEG en de EG, in 2009 uiteindelijk de EU tot stand bij het verdrag van Lissabon in 2009. In de relatief korte maar veelbewogen geschiedenis van de EU werd veel bereikt, maar er ontstonden ook controverses en tegenstellingen, met het uittreden van Groot-Brittannië als een van de mogelijke gevolgen.

De oorspronkelijke zes founding fathers zagen de Unie groeien tot zijn huidige omvang van 28 lidstaten met Kroatië als laatste intreder. Met het verdwijnen van de generatie van visionaire naoorlogse staatslieden als Schumann, Adenauer en De Gaulle verkrampte de EU langzamerhand in een bureaucratische kolos van ongekende afmetingen. Het principe dat vrijwel alle besluiten met unanimiteit genomen moeten worden leidde tot verstarring en soms lijkt de Unie meer met zichzelf bezig dan met de aanpak van wezenlijke problemen, waar een slagvaardiger EU het verschil had kunnen maken. Lidstaten lijken soms meer bezig hun eigenbelang na te jagen dan met de gemeenschappelijke problematiek. Nederland lijkt zich vooral te profileren als zuinigheidskampioen, met name ten opzichte van de landen rond de Middellandse Zee.

De vraag rijst of het gevoerde beleid wel zo verstandig is. Zo wordt er vanuit het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) op gewezen dat het Nederlandse, zuinige standpunt ten opzichte van de economische steun aan de zuidelijke lidstaten, m.n. Italië, van een kortzichtigheid getuigt, die ons land samen met de andere ‘zuinige landen’, Oostenrijk en een aantal Scandinavische landen, wel eens in een geïsoleerde positie zou kunnen brengen. De gewijzigde opstelling van Duitsland, eerder ook als zuinigheidskampioen bekendstaand, is wat dat betreft tekenend. Vanuit andere regio’s in de EU wordt met een andere invalshoek gekeken naar de aanpak van gemeenschappelijke problemen waar de EU mee te kampen heeft. Opvallend hierbij is dat de relatieve nieuwkomers in het oostelijke deel van de EU, met name Polen, Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije, zich meer en meer beginnen te roeren. De indruk wordt gewekt dat in het oosten een nieuw machtsblok binnen de bestaande EU aan het ontstaan is.

De 'Lublin Driehoek'

Het is vrijwel overal aan de aandacht ontsnapt dat op 28 juli in Lublin, Polen, een vergadering plaatsvond tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Polen, Oekraïne en Litouwen om een vorm van regionale samenwerking te bespreken. Om dit initiatief voort te zetten werd de zogeheten ‘Lublin Driehoek’ gevormd, bestaande uit deze drie staten. Opmerkelijk was de keuze voor de stad Lublin als locatie voor deze bijeenkomst; dat moet een bewuste keuze zijn geweest op grond van historische overwegingen. Op 1 juli 1569 werd in Lublin een verbond gesticht, de Unie van Lublin, tussen het Poolse Koninkrijk en het Groothertogdom Litouwen: het Pools-Litouwse Gemenebest. Dit was een nieuwe Europese grootmacht, die twee eeuwen lang een rol van betekenis speelde in het Europa van die dagen. Een van de doelstellingen van de Unie was het versterken van de positie van Litouwen dat in staat van oorlog verkeerde met het tsaristische Rusland. Dit gemenebest ging bestuurd worden door een gezamenlijke monarch wiens regering gecontroleerd werd door een eveneens gezamenlijke senaat en parlement. Voor die dagen een historische revolutionaire ontwikkeling. Er werd een gezamenlijke munt, de zloty, ingevoerd. In de praktijk kwam het er uiteindelijk op neer dat Litouwen werd onderworpen aan steeds meer Poolse invloed. De Poolse taal deed er zijn intrede, m.n. bij de ‘hogere standen’, de adel en de maatschappelijke kaste daar net onder. Bij de boeren bleef de oorspronkelijke taal in gebruik en zo ontstond geleidelijk een tweedeling in de maatschappij tussen deze groepen, die uiteindelijk leidde tot een herschikking van het toenmalige Polen. Met een beetje fantasie zou de toenmalige situatie van Lublin wel gezien kunnen worden als een vroege voorloper van, en enige overeenkomst vertonend met, de huidige EU.

De minister van BuZa van Litouwen Linas Linkevičius (afbeelding: Wikipedia)

De Poolse minister van BuZa Czaputowicz - hier met collega Mike Pompeo (VS)(afbeelding: Wikipedia)

De minister van Buza van Oekraïne, Dimitry Kuleba (afbeelding: Wikipedia)

Zoals hierboven al beschreven zijn dergelijke tijdelijk of meer permanente bondgenootschappen, unies en min of meer los-vaste samenwerkingsverbanden niet ongebruikelijk in dit deel van Europa. Zo kenden we bijvoorbeeld al de Visegrád Groep [1], de Bucharest Nine [2] of het Three Seas Initiative [3]. Het verschil tussen deze groepen en de Lublin Driehoek wordt gekarakteriseerd door de focus van de laatste op de dreiging die uitgaat van de Russische Federatie onder President Poetin. Polen is bij al deze groepen de leidende factor en ontwikkelt zich als regionale grootmacht in Oost-Europa. De Russische agressieve inmenging in het oosten van Oekraïne heeft de drie leden van de 'Lublin Driehoek' in elkaars armen gedreven. De geschiedenis herhaalt zich wat dat betreft. De inname van de Krim door Rusland en de inmenging in Oost-Oekraïne waren een wake up call. Al sinds 2014 zijn Polen en Litouwen de grootste wapenleveranciers van Oekraïne geworden. Een feit dat Lublin onderscheidt van eerdere politieke, economische of militaire samenwerkingsverbanden in Oost-Europa is dat het op een meer permanente bestaansduur lijkt af te stevenen. De ministers van Buitenlandse Zaken van de drie landen tekenden een verklaring waarin gesteld werd om op geregelde tijden op ministerieel niveau overleg te voeren en elkaar te consulteren over belangrijke kwesties. Zo werd kort na de oprichting van de 'Lublin Driehoek' door de ministers al een gezamenlijk beroep gedaan op de autoriteiten in Belarus om af te zien van het gebruik van geweld tegen deelnemers aan de demonstaties tegen het bewind van president Loekasjenko en om gevangen genomen politieke tegenstanders in vrijheid te stellen. Op militair gebied werken de drie landen samen in de gemeenschappelijke LITPOLUKBRIG. Interessant om hierbij op te merken is dus ook dat de inspanning lijkt te zijn gericht op het tot stand brengen van de toenadering van Oekraïne tot de EU en de NAVO.

De betekenis voor Nederland

Nederland lijkt om allerlei redenen, maar vooral economische, de focus gericht te hebben op Zuid-Europa. Uiteraard zijn daar valide redenen voor. De migratie-problematiek en het beroep dat deze landen doen op een onbegrensde Europese solidariteit zijn daar twee voorbeelden van. Merkwaardig is echter dat er nauwelijks oog lijkt te zijn voor de militaire ontwikkelingen en dreigingen in dit deel van het Europese continent, zoals de toenemende spanningen tussen de NAVO-partners Griekenland en Turkije. In Nederland, maar ook in meerdere West-Europese landen, worden de Oost-Europeanen beschouwd als een hooguit wat rafelige rand van Europa. Een band van staten waar in toenemende mate de Europese waarden en beginselen, zoals een onafhankelijke rechtspraak en een vrije pers onder druk komen te staan. Staten die de indruk wekken dat, nu de Europese ‘buit’ aan subsidies voor infrastructuur en landbouw binnengehaald is, zich weinig meer hoeven aan te trekken van wat ‘Europa’ van hen vindt. En, laten we wel wezen, Oost-Europese machthebbers als Orban in Hongarije en Kaczynski, die in Polen nog steeds achter de schermen leiding geeft aan de regerende PiS partij, laten weinig zien dat dit beeld zou kunnen kantelen. Integendeel, bijvoorbeeld op het gebied van de migratie-problematiek laten met name Polen en Hongarije een figuurlijke opgestoken middelvinger zien aan de EU-lidstaten die te kampen hebben met onbeheersbare migratiestromen.

Oost-Europa ontwikkelt zich onder leiding van Polen tot een machtsfactor van belang in Europa

Toch getuigt het om allerlei redenen van kortzichtigheid om de Oost-Europese landen alleen maar de les te willen lezen. Of wij dat nu graag zien of niet, Oost-Europa, onder leiding van Polen, ontwikkelt zich van rafelrand tot een machtsfactor van belang in Europa en in de allianties NAVO en EU. In de eerste plaats omdat de VS en Polen een steeds inniger wordende militaire samenwerking ontwikkelen. Onlangs werd dit nog geïllustreerd door het besluit van de Amerikaanse president Trump om een substantieel deel van de sinds jaar en dag in Duitsland gelegerde troepen te gaan verplaatsen naar Polen. Nu West-Europa nog steeds onvoldoende besef lijkt te hebben van de dreiging uit het oosten in de vorm van een actief de expansie zoekend Rusland van Poetin, lijkt Polen steeds meer de kern van een nieuwe Europese grootmacht te gaan worden. De ontwikkelingen in Belarus, waar troepen van Rusland naar verluid, klaar staan om in te grijpen als de situatie aldaar aanleiding toe zou geven, zijn wat dat betreft een teken aan de wand.

Zo lijkt de Europese machtsbalans aan het schuiven te zijn in oostelijke richting. Een ontwikkeling waar in Nederland onvoldoende oog voor lijkt te zijn. Nederland heeft met zijn zuinige opstelling richting het zuiden weinig vrienden gemaakt. Ook onze marginale bijdrage aan de gemeenschappelijke verdediging wekt meer en meer irritatie aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Nederland zou zich hier ernstig zorgen over moeten maken, maar onze politiek lijkt hier verzand in parlementaire discussies over de wijze van bestrijding van het coronavirus en het al dan niet verplicht stellen van mondkapjes. De ongekende massale financiële steunverlening aan onze noodlijdende bedrijven doet het ergste vrezen voor de lang verbeide ‘visie’ op de defensienoden voor het komende decennium.

En dan dient zich nog het volgende spookbeeld aan: de verkiezingen van voorjaar 2021. Door een verdere versplintering van het politieke landschap zal het steeds meer moeite gaan kosten om een werkbare coalitie te gaan vormen, met een langdurige formatieperiode als gevolg. Een periode waarbij de het aftredende kabinet alleen nog maar op de winkel past, zonder doeltreffend nieuw beleid te kunnen ondernemen.

Afbeelding: NIMH

Nederland moet eindelijk eens ophouden met naïef te zijn en zich te verliezen in allerlei gekissebis over zaken die weliswaar ongetwijfeld belangrijk zijn, maar volledig aan de militaire veiligheid van ons land en onze samenleving voorbijgaan. Nederland zou onverwijld op zoek moeten gaan naar een verbetering van de relaties met onze partners in de EU. En in plaats van door een kartonnen koker met een zuinig oog te blijven kijken naar de zuidelijke landen zou Nederland eens met een helikoptervisie goed naar de Europese landkaart moeten kijken. Misschien valt dan het kwartje, en komt vanuit het Torentje de opdracht: Naar rechts…richten. Voordat de kleine groene mannetjes het Binnenhof opmarcheren en op het Plein aan de bel trekken. Laat ons de EU bij elkaar houden, we hebben er maar een.

Eindnoten: 1. Visegrád Groep: een alliantie, opgericht in 1991, bestaande uit Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië. 2. Bucharest Nine: Een Pools – Roemeens initiatief gericht op de beveiliging van de Oostflank van de NAVO, bestaande uit Polen, Bulgarije, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië en de drie Baltische staten Estland, Letland en Litouwen. 3. Three Seas Initiative: een samenwerkingsverband tussen de twaalf staten die gelegen zijn tussen de Oostzee, de Zwarte Zee en de Adriatische Zee, ofwel de onder eindnoot 2 genoemde staten aangevuld met Oostenrijk, Kroatië en Slovenië. Dit initiatief is voornamelijk gericht op het bevorderen van de economische groei van de betrokken landen.