Pensioenen

door: Martin Weusthuis

Onverwachte daling pensioen vanaf 65 jaar

Leden-militairen melden ons dat ze onaangenaam verrast zijn als zij na hun UKW-periode op 65 jaar het ouderdomspensioen plus de AOW-compensatie krijgen. Dat bedrag valt flink lager uit dan het UKW-bedrag, terwijl bij hen de idee bestaat dat die bedragen ongeveer gelijk liggen. Dat was ooit wel zo, maar al langer niet meer. Hoe komt dat?

Een reden is dat de UKW-uitkering rechtstreeks wordt afgeleid van het laatstverdiende inkomen als actief militair (73%) en dat inkomen is door de jaren met de Defensie loonstijgingen mee verhoogd. Bovendien is in dat inkomen voor alle militairen een 9,3% veb-toeslag opgenomen. De grondslag voor de berekening van het pensioen is gebaseerd op het laatstverdiende inkomen incl. de werkelijke veb-toeslag en die ligt voor officieren als percentage lager, tot 4,6% voor de hogere inkomens.

Vanaf 2016 werd door alle militairen in het eindloonsysteem minder pensioen opgebouwd, omdat in dat jaar bij wet de pensioenopbouw werd verlaagd. Daarnaast is voor een deel van de GOV|MHB-achterban de maximering van het pensioengevend inkomen vanaf 2015 reden dat over de top van het inkomen geen pensioen meer wordt opgebouwd. In 2020 is dat een salarisgrens van € 110.111,-. Ook de invoer van het middelloonsysteem per 1 januari 2019 betekent voor de hogere inkomens en snellere carrières een minder hoge pensioenopbouw.

Maar de belangrijkste reden is het gebrek aan indexatie van de ABP-pensioenen vanaf 2008. Daardoor zijn de pensioenen in uitbetaling én de pensioenen in opbouw vanaf 2020 voor ongeveer 20% loon- en prijsinflatie niet geïndexeerd.

Zolang een militair actief is of met UKW is, merkt hij alleen aan het bedrag op zijn jaarlijkse pensioenoverzicht (UPO) dat het pensioen daalt. Maar op het moment dat hij het pensioen vanaf 65 jaar uitgekeerd krijgt, wordt die 20% niet-indexatie werkelijkheid in de vorm van een lager maandinkomen.

NB: Over het salarisdeel boven het grensbedrag van € 110.111,- keert de werkgever jaarlijks het berekende werkgeversdeel van de premie uit aan de betreffende militair. Het is per slot van rekening arbeidsvoorwaardengeld. Daar heeft de GOV|MHB hard genoeg op gedrukt. U kunt met dat geld voorzien in een vervangende pensioenvoorziening die u zelf regelt. Hoe u dat ouderdomspensioen ook niet of wel regelt, het is zaak voor de inkomens flink hoger dan die grens het partnerpensioen voorafgaand aan de pensioenleeftijd te bezien. Het partnerpensioen is een 70% afgeleide van het te bereiken ouderdomspensioen. Als gevolg kan op een leeftijd van 30, 40 of 50 jaar het inkomen van uw partner bij uw overlijden flink lager uitvallen dan nodig is om het wegvallen van uw inkomen op te vangen. Het ABP biedt hier in de vorm van de PP-module binnen het nettopensioen een goed alternatief in de zin van kosten en baten om dat risico voor uw levenspartner af te dekken.

. r.