Column duovoorzitters

Europese krijgsmacht of een krijgsmacht van Europese Staten?

door Ruud Vermeulen

Nederland kan alleen verdedigd worden in bondgenootschappelijk verband. De NAVO heeft dit sinds de Tweede Wereldoorlog geborgd. Maar de terechte vraag is of dit bondgenootschap ook onze toekomst nog veilig kan stellen.

Wanneer wij de koopkrachtplaatjes vergelijken tussen de defensiebestedingen van de VS en die van China, dan zien wij dat koopkrachtpariteit binnenkort in het verschiet ligt. De VS en China kunnen dan met hun begroting evenveel mensen inhuren en materieel aanschaffen. De VS heeft een gelijkwaardige tegenstander in het Oosten.

Daarnaast vindt de VS dat het rijke Europa voor zijn eigen veiligheid moet kunnen zorgen. En natuurlijk blijft er dan de mogelijkheid dat men Europa zal helpen, maar datzelfde wordt in voorkomend geval omgekeerd ook van Europa verwacht. Er is en blijft een NAVO, maar binnen/naast deze NAVO hebben wij, Europa, een veel grotere eigen verantwoordelijkheid.

In de huidige wereldorde staat de EU te boek als een economische grootmacht, echter deze wordt niet ondersteund door een dito militair vermogen. Dat maakt Europa geopolitiek kwetsbaar. Daarnaast zijn er zijn ook specifieke landsbelangen. Daar moeten wij niet voor wegkijken. Frankrijk heeft zijn eigen belangen in Afrika, vanuit zijn tijd als kolonisator. Hetzelfde geldt voor Italië in de richting van Libië. Midden- Europa heeft zijn focus liggen op Rusland. Noord-Europa, m.n. de Baltische staten, Zweden en Finland voelt de dreiging van Rusland dagelijks aan den lijve. Ja, er is een Europees belang, maar er zijn ook specifieke landsbelangen.

Wat is het fundamentele verschil tussen een Europese krijgsmacht en een krijgsmacht van Europese staten? Beiden gaan uit van een bondgenootschap. Het verschil ligt in de soevereiniteit, wie mag die krijgsmacht inzetten? Gaat de EU hierover of behouden de landen zich het recht voor om hun krijgsmacht in te zetten en met name daar waar hun specifieke belangen liggen? Wat is dan het verschil met de huidige nationale krijgsmachten versus een krijgsmacht van Europese staten? Het fundamentele verschil zit hem in de diepgaande samenwerking op materieelgebied en de doctrines. Daarover later meer.

Laten wij eens gaan afpellen om tot een onderbouwde keuze te komen. De eerste vraag die dan voorligt is, welke criteria bepalen de kracht, de samenhang van een bondgenootschap? In de NAVO-omgeving wordt de kwaliteit van het bondgenootschap afgelezen aan de drie C’s i.c. Cash, Capabilities en Contributions. Voor Nederland, Cash, de beroemde 2%, bungelen wij onderaan. T.a.v. Capabilities, drie volledige brigades lees hier het rapport van de NAVO maar eens op na; logistiek kunnen wij hooguit één brigade uitbrengen. Contributions, na onze deelname in Afghanistan is het ronduit slecht gesteld met onze deelnames aan missies.

Concluderend, Nederland presteert over de hele lijn als een onbetrouwbare bondgenoot.

Functionalisatie vormt voor onze politieke rekenmeesters veelal de oplossing. Met andere woorden, Nederland zou zich op de marine of de luchtmacht moeten concentreren. Het hebben van grote aantallen soldaten is goedkoper in Roemenië dan in Nederland. Men vergeet daarbij dat risk sharing minstens een even grote factor is als burden sharing. Ik kan u verzekeren dat het anderen met hun leven laten betalen, door bondgenoten niet in dank wordt afgenomen.

De geloofwaardigheid van een bondgenootschap hangt af van het totale militair vermogen van die krijgsmacht. Essentieel hiervoor is dat men hetzelfde materieel heeft. Door hetzelfde materieel krijg je ook eenheid van doctrine. In Europe is er, door de bescherming van de eigen industrie, een veelheid aan voertuigen en systemen. Deze hebben allemaal hun eigen reservedelen en munitie nodig. Ook voor de voorraadvorming is dit desastreus. De grote aantallen diverse soorten maken het in tijden van een dreigend conflict niet mogelijk om snel productielijnen voor op te zetten. Als mondkapjes al zo moeilijk waren, hoe moet dit dan met reservedelen voor voertuigen en tanks, voor de productie van munitie. Alles in voldoende mate in voorraad houden kost heel veel geld.

Bij hetzelfde materieel en dezelfde doctrines is het geheel veel meer dan de som van de samenstellende delen.

Een derde factor die ik zou willen toevoegen is cultuur. De discussie in de EU gaat vaak over de macht van Brussel en de opgelegde eenheid van denken. De Brexit heeft iedereen hiervoor inmiddels wel de ogen geopend. Ik heb een huisje in Spanje en ja, de mensen denken en doen anders. In het eenheidsdenken is dit een zwakte. In mijn ogen is het een kracht. Erken de culturele verschillen. Wanneer je door landen als Italië, Frankrijk en Spanje reist, dan vind ik ’s Hertogenbosch anders mooi dan Florence. Onze wetgeving ademt nog steeds napoleontisch. De Duitse auto-industrie hangt voor zijn componenten sterk af van de Italiaanse toeleveranciers. Ik vind Alfa Romeo qua lijnen ontzettend mooie auto’s maken. Erken de culturele diversiteit tussen de diverse landen en regio’s. Zij hebben sterke historische roots. Dat maakt Europa nu juist zo sterk en aantrekkelijk. Dat brengt mij terug bij de in de titel gestelde vraag, moeten wij gaan voor een Europese krijgsmacht of een krijgsmacht van Europese staten?

De trans-Atlantische band moet en zal blijven bestaan, beiden kanten hebben er belang bij. Maar Europa zal voor zijn eigen veiligheid moeten gaan zorgen. Geopolitiek gezien is dit ook voor het behouden van zijn economische macht noodzakelijk. Een sterk bondgenootschap vereist risk- en burden sharing. Functionalisatie is alleen mogelijk als hier rekening mee gehouden wordt.

Voor een efficiënte en effectieve krijgsmacht is eenheid van materieel en daarmede doctrine essentieel. In mijn ogen is het benadrukken van onze culturele diversiteit een kracht en geen zwakte.

Een Europese krijgsmacht kent een supranationaal instituut die deze inzet. Dit zou bijv. de EU kunnen zijn. In de geopolitieke context zou dit een krachtig signaal zijn.

Maar een krijgsmacht van Europese Staten die wel hetzelfde materieel hebben, dezelfde doctrines aanhangen, dezelfde munitie en reservedelen gebruiken heeft sterk mijn persoonlijke voorkeur. Europa is geen eenheidsworst en dat wij zouden ook niet moeten willen. Onze diversiteit vormt onze kracht. Onze historische banden en verantwoordelijkheden bieden mogelijkheden en kansen. De bevolking in de diverse landen willen geen uniciteit. Zij willen Nederlander, Duitser of Spanjaard zijn en daarnaast voelen zij zich ook Europeaan. Alleen wel in die volgorde. Bovendien kun je dit stapsgewijs aanlopen, zoals in de Nederlands-Duitse landmacht samenwerking of de marine samenwerking met Belgie. Daarom heeft een krijgsmacht van Europese staten absoluut de voorkeur. Maar er ligt wel een opdracht voor de politiek. Voor een geloofwaardig bondgenootschap is eenheid van materieel randvoorwaardelijk. Hier ligt de echte politieke uitdaging. Dit moet opgelost worden!