BOEKBESPREKING

Van wereldmacht tot 'braafste jongetje'

Onze militaire identiteit door de jaren heen

LKOL MPSD B.D. DRS. WILLEM HEIJSTER

BOEKINFORMATIE Auteur: Christ Klep Prijs: € 20 ISBN: 978 90 253 1033 2 Uitgeverij: Van Gennep

Christ Klep is de laatste jaren vooral bekend geworden als publieke duider van militaire gebeurtenissen en als commentator bij militaire activiteiten, bijvoorbeeld de jaarlijkse veteranendag. Hij is militair historicus, universitair docent en publicist. In de media geeft hij regelmatig zijn mening over Defensie en de krijgsmacht. Hij schreef eerder boeken over onder meer de Tweede Wereldoorlog (WO II), Nederlandse internationale militaire missies en de F-35. Een overzicht van zijn boeken is te vinden op zijn website christklep.nl Vorig jaar verscheen wat mij betreft zijn beste boek: Van wereldmacht tot ‘braafste jongetje’. Op de achterkant van het boek lezen we dat onze geschiedenis trotse, krijgshaftige periodes kent, maar een land dat houdt van wapengekletter, heldendom of parades is Nederland niet. Ontnuchterende militaire ervaringen in de twintigste eeuw - zoals de meidagen in 1940, Nederlands-Indië en Srebrenica - hebben onze houding ten opzichte van de krijgsmacht gecompliceerd gemaakt. In zijn boek beschrijft Klep hoe wij door de eeuwen heen naar onze krijgsmacht hebben gekeken en tegenwoordig naar ons leger kijken. Hij probeert, wat mij betreft met succes, antwoord te geven op de vraag of onze nationale identiteit wel aansluit bij onze cultuur. In het boek ontrafelt Klep in heldere bewoordingen de worsteling met onze militaire identiteit door de eeuwen heen. Hij biedt een rijk en soms verrassend beeld van onze omgang met de krijgsmacht en met name het leger, vanaf de zeventiende eeuw tot nu toe.

Een bonte stoet spelers passeert de revue, van Michiel de Ruijter en Jan van Speijk tot Thom Karremans en Marco Kroon. Dat Van Speijk heldenroem verwierf met zijn laatste uitspraak ‘Dan liever de lucht in’ om te voorkomen dat zijn oorlogsschip in handen van een woedende Antwerpse menigte zou vallen was mij bekend. Dat hij daartoe persoonlijk zijn sigaar in een vat met buskruit stak, was een voor mij onbekend detail. Van Speijk rookte blijkbaar sigaren, terwijl zijn bemanning tabak pruimde. Bij zo’n verschil in rang kwam de bemanning er niet op aan, die werd in gemoede opgeofferd voor de eer van een officier, Van Speijk zelf. Zo had ik dat nog nooit bekeken. Behalve dit voorbeeld staat het boek vol bijzondere inzichten van Klep in allerlei militaire gebeurtenissen. De enige omissie waarop ik Klep kon betrappen is dat hij wel aandacht besteedt aan de VVDM, maar met geen enkel woord aan de tegenhanger AVNM en de radicale anti-militaristische actiegroep Onkruit. Deze maakte het in de jaren zeventig en tachtig de krijgsmacht en plaatselijke commandanten met al dan niet ludieke acties, onregelmatig maar frequent, soms erg lastig. Het boek is vlot geschreven en leest gemakkelijk, maar is toch van academisch niveau met een zeer uitgebreide literatuurlijst en verwijzend register. Wat mij betreft zou het boek onderdeel kunnen zijn van het eerste studiejaar aan de NLDA.