De Japanse admiraal Arima Masafumi voerde de eerste kamikaze-aanval uit (afbeelding: Wikimedia Commons)

HISTORIE

Banzai

Hoe de Japanse expansiedrift leidde tot de 'kamikaze', ’s-werelds eerste zelfmoordeenheid

LKOL B.D. P. DEKKERS

Op 5 augustus van dit jaar was het 75 jaar geleden dat uit een Amerikaanse B-29 Superfortress bommenwerper, door zijn vlieger gedoopt met de naam Enola Gay, de eerste atoombom, Little Boy, op de Japanse stad Hiroshima werd afgeworpen. Een paar dagen later, op 9 augustus volgde de tweede bom, Fat Man, die de havenstad Nagasaki als doel had. Een paar dagen later was de capitulatie van Japan een feit en daarmee was ook in Azië de Tweede Wereldoorlog (WO II) ten einde gekomen. De eerste en tevens hopelijk laatste operationele inzet van kernwapens had geleid tot het beoogde doel: de totale overgave van Japan, zonder een langdurige slotfase met een invasie van Japan en een kostbare en bloedige opmars naar de hoofdstad Tokio. Bij de afweging van de Amerikaanse president Truman, voor wie de atoombom geen andere betekenis had dan een superzware bom, speelde zeker de overweging een rol dat een invasie geleid zou hebben tot tienduizenden of mogelijk zelfs een miljoen slachtoffers, enorme verwoestingen en duizenden gesneuvelde Amerikaanse militairen. Het Japanse opperbevel had ondubbelzinnig laten weten niet tot overgave bereid te zijn en tot aan de laatste man te zullen doorvechten in de strijd tegen de geallieerden. Een draconisch besluit dat zeker van invloed is geweest op het besluit van president Truman de beide atoombommen in te zetten. Maar dit was zeker niet de eerste keer dat de Japanse leiding had getoond weinig respect te hebben voor menselijk leven om zijn oorlogsdoelstellingen te bereiken. In de maanden voorafgaande aan de inzet van de kernwapens had de Japanse krijgsmacht al het idee van zelfmoordaanvallers geperfectioneerd om de Amerikaans marine vernietigende klappen toe te brengen: bij ons algemeen bekend onder de naam kamikaze.

De Japanse opmars in Azië

Het Japanse woord kamikaze betekent goddelijke wind. Deze wind zou volgens de mythe zijn opgestoken boven een Mongoolse invasievloot uit de dertiende eeuw. Alhoewel hier waarschijnlijk sprake was van een tyfoon die de Mongoolse vloot uiteen dreef en de aanval deed mislukken, raakte het woord kamikaze verankerd in de Japanse geschiedenis en gaf het zijn naam aan de Japanse zelfmoordaanvallen die tegen het einde van WO II begonnen. De opmars van de aanvankelijk oppermachtige Japanse strijdkrachten, die begonnen was met de verrassingsaanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor eind 1941, was spectaculair en leek niet te stuiten.

Toch was er al in de jaren voordat WO II aanbrak in Azië sprake van onrust. Een groot deel van het continent was in handen van de Verenigde Staten (VS) en de grote Europese mogendheden Groot-Brittannië en Frankrijk, maar ook Nederland had omvangrijke en economisch belangrijke bezittingen in Azië. Toen na het einde van de negentiende eeuw Japan steeds sterker begon te worden als gevolg van de zich snel ontwikkelende industrialisatie, bleek het door een combinatie van een gebrek aan grondstoffen en een snel groeiende bevolking toch kwetsbaar te zijn. Aldus min of meer gedwongen begon Japan te zoeken naar uitbreiding van zijn grondgebied in Azië. Al voor de Eerste Wereldoorlog (WO I) annexeerde het Taiwan en Korea en de Duitse bezittingen in het Verre Oosten, mandaatgebieden van de Volkenbond. In de jaren dertig viel een groot deel van China ten prooi aan de Japanse expansiedrift. Na deze agressie werd door de VS en Nederland een olieboycot tegen Japan afgekondigd en ook de levering van andere noodzakelijk grondstoffen werd aan banden gelegd. Hierop besloot de Japanse keizer Hirohito, die als een godheid werd vereerd, maar anderzijds ook een instrument in handen van de machtige marine- en legerstaven was, dat de tijd rijp was voor een groot Japans-Aziatisch keizerrijk. Om hieraan gestalte te geven zouden de westerse kolonisatoren door middel van een militair offensief verdreven moeten worden. Om deze doelstelling te bereiken sloot Japan zich op 27 september 1941 aan bij de Europese as-mogendheden Duitsland en Italië.

Op 7 december 1941 vond de Japanse openingszet plaats met een verrassingsaanval op de machtige Amerikaanse oorlogsvloot, die voor anker lag bij Pearl Harbor, om deze in een klap uit te schakelen. Zeker tweehonderd Amerikaanse vliegtuigen gingen hierbij verloren, een groot aantal schepen werd tot zinken gebracht en 2400 Amerikaanse militairen sneuvelden. Hierna volgde in snel tempo de verovering door de Japanners van Hongkong, Malakka en Singapore, de Filipijnen en Birma. Op 10 januari 1942 begon de Japanse aanval op Nederlands-Indië met landingen op Borneo. De Nederlandse kolonie was van vitaal belang voor de Japanners vanwege de rijke olievoorraden en de rubberplantages. Japan, en vooral de Japanse marine, was voor de olieleveranties sterk afhankelijk van Nederlands-Indië.

Toen de VS een boycot afkondigden en Nederland daarin meeging plaatste ons land zonder het waarschijnlijk te beseffen de kolonie in de Oost op de Japanse hitlist. Het zwakke Koninklijk Nederlands-Indische leger (KNIL) en de Koninklijke Marine (KM) konden, ook al omdat hun strategiën totaal niet op elkaar afgestemd waren, niet veel uitrichten tegen de oppermachtige Japanse aanvallers. De gouverneur-generaal, Tjarda van Starkenburgh Stachauer, een burger, was in Batavia opperbevelhebber van de strijdkrachten. De Nederlandse Minister van Marine in Londen, adm Johan Furstner, die tevens Bevelhebber der Zeestrijdkrachten en Chef Marinestaf was, stelde de beste squadrons en de onderzeedienst in dienst van de Britten, die daar overigens operationeel nauwelijks gebruik van maakten. Niet veel later, op 8 maart, viel na de val van Soerabaja ook Java in Japanse handen. Na de verovering van Nieuw-Guinea eindigde de Japanse expansiedrift. Alleen besefte Japan op dat moment waarschijnlijk nog niet dat het met de aanval op Pearl Harbor een slapende reus ruw wakker had geschud, wat hen later nog duur zou komen te staan. Al in juni 1942 kwam de ommekeer toen de Amerikanen kans zagen om de Japanse verovering van Midway, halverwege Tokio en Hawaï, af te slaan.

Krantenartikel over de Japanse aanval op Pearl Harbor, 9 december 1941

Pearl Harbor vanuit een Japanse cockpit

Alleen besefte Japan nog niet dat het een slapende reus ruw had wakkergeschud

Het ontstaan van de 'kamikaze'

In 1943 was de oorlogssituatie voor Japan al zodanig verslechterd dat het idee van onaantastbaarheid van Japan onhoudbaar was geworden. Japanse steden werden al vanaf 1942 gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht, de Japanse marine had grote verliezen geleden en het moreel bij de bevolking en de militairen daalde flink. De economie had te lijden onder de oorlogsinspanningen en alleen een totaal nieuwe ontwikkeling zou een nederlaag op termijn nog kunnen voorkomen. Waar in Europa nazi-Duitsland vol inzette op geheel nieuwe, deels nog in ontwikkeling zijnde wapensystemen als de V-1 en V-2, had Japan die optie niet.

De Japanse admiraal Tanishi Takijiro kwam tot het inzicht dat Japan nog slechts door een wonder kon worden gered van de dreigende nederlaag in de oorlog. Hij stelde voor om over te gaan tot de oprichting van de tokkotai, speciale zelfmoordeenheden. De officiële naam van de operaties waarbij tokkotai eenheden werden ingezet was Shogo, maar als spoedig raakte de term kamikaze ingeburgerd bij alle partijen. De Japanse militairen uit die tijd, voortkomend uit de samoerai cultuur van harakiri, waarbij het een eer was om voor de goddelijke keizer te sterven, toonden een grote bereidheid tot sneuvelen in vergelijking met hun Amerikaanse en Britse tegenstanders en hun Europese bondgenoten Duitsland en Italië. Toch werd toch niet zonder slag of stoot overgegaan tot de kamikaze-operaties. Maar toen op 15 oktober 1944 admiraal Arima Masafumi, commandant van de 26e Luchtvloot, zich met zijn Mitsubishi bommenwerper stortte op het Amerikaanse vliegkampschip Essex was de eerste kamikaze-aanval een feit. Ofschoon tot op de dag van vandaag niet helemaal duidelijk is of Masafumi deze aanval daadwerkelijk met een vooropgezet plan zo had uitgevoerd, of dat er sprake was van Japanse propaganda, was het pleit beslecht. Het kamikaze-programma werd gestart door de opperbevelhebber van de Japanse marine en eind oktober werden de eerst tokkotai eenheden gevormd.

De Filipijnen, strategisch gelegen halverwege Japan en Nederlands-Indië

Verdere ontwikkeling en strijd

Al tijdens de gevechten rond de Filipijnen in juni 1944 had de Japanse marine te kampen met verouderde vliegtuigen en onervaren bemanningen die niet waren opgewassen tegen de in groten getale instromende nieuwe Amerikaanse jagers, met name de Vought F-4U Corsair en de Grumman F-6F Hellcat. Gevolg daarvan was dat de Japanners meer dan vierhonderd vliegtuigen verloren zagen gaan bij de slag in de Filipijnenzee. Voor Japan was de controle over de Filipijnen van groot strategisch belang, aangezien deze eilanden circa halverwege tussen Japan en de olievelden van Nederlands-Indië waren gelegen.

Toen in oktober 1944 de slag om de Golf van Leyte begon had de Eerste Japanse vloot niet meer dan 41 vliegtuigen tot zijn beschikking om de Amerikanen aan te vallen. Er werd een eenheid gevormd van 24 vliegers die speciaal werden getraind voor het uitvoeren van zelfmoordaanvallen en al op 25 oktober 1944 werd de eerste missie uitgevoerd met een vijftal Mitsubishi A-6M Zero jagers, waarbij een Amerikaanse carrier, de USS St. Lo, tot zinken werd gebracht. De Japanse doelstelling om de vloot van de tegenstander voor tenminste een week uit te schakelen, zodat de Japanse vloot kon uitvaren om een landing te verhinderen, werd bij echter bij lange na niet gehaald. Nochtans werd de aanval door de Japanse propagandamachine verkocht als een groot succes en werd door het grote publiek de moed van de zelfmoordstrijders algemeen verheerlijkt.

Het kamikaze-programma, dat eerst met enige scepsis werd bekeken, werd in hoog tempo en op grote schaal verder uitgebouwd. Toen tijdens de winter van 1944-45 de Japanse steden te maken kregen met bombardementen door B-29 Superfortress bommenwerpers, werd de strategie van de kamikaze uitgebreid tot het aanvallen van bommenwerpers door middel van opzettelijke botsingen van met bommen volgehangen Zero jagers. Deze strategie was maar weinig succesvol: de B-29 bommenwerpers waren beter manoeuvreerbaar dan de logge vliegdekschepen en beschikten bovendien over een formidabel afweergeschut. Ook is een succesvolle interceptie van een vliegtuig, zelfs van een grote bommenwerper, een vak dat geleerd moet worden en dat daarom de capaciteiten van de nauwelijks opgeleide kamikaze-vliegers verre te boven ging. Het inzetten van de weinige overgebleven ervaren vliegers werd overwogen, maar de tactiek om het vliegtuig kort voor de botsing te verlaten mislukte meestal jammerlijk; trouwens ook na een succesvolle bail out waren ze meestal ten dode opgeschreven.

Het succes en de wijze van inzetten van de kamikazes was wisselend. Zo werd de USS Randolph, een vliegkampschip, zwaar beschadigd door een aanval op bijna 4.000 km van Japan, terwijl enkele dagen later de onderzeeboot USS Devilfish, een kamikaze-aanval vlakbij de kust van Japan op wonderbaarlijke wijze wist te overleven.

In de meeste gevallen werd voor de kamikazes gebruik gemaakt van de vertrouwde Zero jagers maar er werd ook geëxperimenteerd met andere, goedkopere alternatieven. Zo was er de Butai, een zweefvliegtuig dat onder de vleugel van een transportvliegtuig naar zijn doel werd gebracht. De vlieger kon een raketmotor ontsteken voor de laatste fase van zijn dodenvlucht. Voor de grote strijd werden ook speciaal voor de kamikaze eigen vliegtuigen ontwikkeld, zoals de Nakajima Ki-115 Tsurugi, een houten propellervliegtuig waarvoor bij de bouw gebruik werd gemaakt van bestaande onderdelenvoorraden. In 1945 werden honderden van deze Tsurugi speciaal gebouwd om ingezet te worden tegen geallieerde troepen en landingsvaartuigen als de verwachte invasie van Japan zou gaan plaatsvinden. Deze invasie bleef echter als gevolg van de Amerikaanse kernwapeninzet uit en de kleine houten luchtvloot werd nooit gebruikt.

De kamikaze-inzet bereikte een hoogtepunt bij de slag om Okinawa. Er werden tenminste dertig Amerikaanse marineschepen en een paar koopvaardijschepen tot zinken gebracht. Maar sommige schepen overleefden de golf aanvallers, zo werd de destroyer USS Laffey getroffen door zes kamikazes, maar zonk niet.

Japan verloor vierduizend kamikaze-vliegers die 81 schepen tot zinken brachten

天皇陛下万歳, Banzai, ‘Leve de keizer’, de strijdkreet van de kamikaze

USS Bunker Hill getrofffen door twee kamikazes

Resultaten van de 'kamikaze'

Bij de kamikaze-aanvallen verloor Japan in totaal circa vierduizend vliegers, die 81 schepen tot zinken wisten te brengen en 195 andere min of meer zwaar beschadigden volgens Japanse cijfers. Bijna tienduizend Amerikaanse marinemensen sneuvelden of raakten gewond. Van alle kamikaze-vliegers wist niet meer dan veertien procent een schip te raken en slechts 8,5% van de getroffen schepen werd tot zinken gebracht. De vanuit Japans perspectief beste resultaten werden gescoord op de USS Bunker Hill, een vliegkampschip van de Essex klasse, waarbij bijna vierhonderd zeelieden de dood vonden.

Deze in totaal voor Japan toch wat teleurstellende cijfers waren voor een groot deel te herleiden tot de in snel tempo door de geallieerden ontwikkelde tactieken om zich teweer te stellen tegen de kamikaze. Zo werden rond de vloot de combat air patrols (CAP) geïntensiveerd evenals de aanvallen op vliegvelden waar de kamikaze gebruik van maakten. Ook de schutters aan boord van de schepen raakten steeds beter getraind in het bestrijden van de kamikaze met de 40 mm Bofors kanonnen en het 20 mm Oerlikon luchtdoelgeschut. Ook de ontwikkeling van de nabijheidsbuis was een succesvol aspect bij de bestrijding van de zelfmoordvliegers. Een factor die door de kamikaze voor de Amerikanen op pijnlijke wijze aan het licht kwam, was dat de houten dekken van de Amerikaanse vliegkampschepen stukken kwetsbaarder voor kamikaze-aanvallen bleken dan de gepantserd stalen dekken van de Britse carriers.

Kiyoshi Ogawa, een van de twee Bunker Hill aanvallers

Kamikaze piloot, uitgezwaaid door schoolmeisjes

Slot

Vaak wordt de Japanse militairen uit die tijd de eigenschap toegeschreven dat zij liever sneuvelden voor de keizer, die als een godheid werd vereerd, dan dat zij zich gevangen lieten nemen. Als dat laatste niet was te voorkomen, was alleen harakiri nog een eervolle uitweg; zelfmoord met het samoerai zwaard. Een lezing die zich goed laat verenigen met de kamikaze. Toch was de werkelijkheid genuanceerder. Weliswaar werden de eerste kamikaze-piloten op basis van vrijwilligheid gerekruteerd, maar aan de andere kant was er voor de gerekruteerden nauwelijks ruimte om te weigeren. Hun superieuren beschikten over tal van instrumenten om vrijwilligheid af te dwingen, tot represailles tegen familieleden aan toe. De vliegers kregen systematisch een ritueel van zelfopoffering toegediend, gebaseerd op het confucianisme, doorspekt met nationalistische ideeën. De vliegers wisten tot op de laatste avond voor hun missie niet wanneer zij zouden worden ‘opgesteld’. Hun laatste avond ging vaak vergezeld van een feestmaal dat veelal eindigde in een orgie van dronkenschap. De daaropvolgende dag droegen ze voor hun missie een uniform met een samoerai hoofdband en voor de start kregen ze een zwaard uitgereikt, dronken een kop sake en zongen een afscheidslied. Soms werden er zelfs schoolkinderen ingezet om de ‘helden’ uit te zwaaien.

Op 15 augustus 1945, enkele uren na de onvoorwaardelijke Japanse capitulatie, werd de laatste kamikaze-missie gevlogen door admiraal Ugaki, commandant van de Vijfde Japanse Vloot. Zo kwam er een einde aan de eerste zelfmoordeenheid die de wereld ooit zag. Helaas geen definitief einde: vele milities en strijdgroepen zouden in latere decennia het Japanse voorbeeld volgen.