Pensioenen

door: Martin Weusthuis

AOW- en pensioenleeftijd stijgen minder hard

Op basis van (prognose)cijfers van het CBS over de resterende levensverwachting van een 65-jarige zou volgens de huidige wetgeving de pensioenrichtleeftijd in 2029 stijgen naar 69 jaar. Een recent wetsvoorstel ‘Wet verandering koppeling AOW-leeftijd’ gaat daar verandering in aanbrengen. Zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd gaat minder hard stijgen.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel draait om een aanpassing van de methode van koppeling van de AOW-leeftijd en de zogenoemde pensioenrichtleeftijd aan de stijgende levensverwachting. Op dit moment is er sprake van een één op één koppeling. Dat wil zeggen dat één jaar stijging van de levensverwachting ook betekent dat de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd met één jaar stijgen. Actuarieel gezien is dat echter niet nodig. Actuarieel gezien voldoet een twee derde koppeling ook. Door 8 maanden langer te leven/werken kan een vol jaar verlenging van de levensverwachting worden gecompenseerd.

AOW-leeftijd

Tot 2025 ziet de AOW-leeftijd er in het wetsvoorstel als volgt uit:

Vanaf 2025 treedt de 2/3 koppeling in werking zoals nu o.b.v. de huidige CBS-cijfers wordt verwacht.

Pensioen(richt)leeftijd

De pensioenrichtleeftijd wordt in fiscale wetgeving bij de opbouw van pensioen gebruikt als de aangenomen pensioenleeftijd voor premie- en pensioenberekeningen. De werkelijke pensioenleeftijd kan afwijken. Zo kent het ABP-pensioenreglement voor zowel burger als militair de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar. Achter de schermen wordt daarmee gerekend, terwijl de militair nu nog verplicht op 65 jaar met pensioen gaat en de burger meestal op de individuele AOW-leeftijd. Door een individuele keuze kan dat ook eerder of later zijn. De pensioenen berekend bij pensioenrichtleeftijd 68 jaar worden vervolgens actuarieel herrekend naar die werkelijke pensioendatum.

Omdat de pensioenrichtleeftijd steeds met een vol jaar stijgt, duurt het door de 2/3 koppeling langer voordat dat volle jaar is bereikt. Een aanpassing van de pensioenrichtleeftijd moet 10 jaar vóór de wijziging worden gecommuniceerd. Op basis van de laatste prognosecijfers van het CBS en die 2/3-koppeling, duurt het nog tot minstens 2041 voordat de pensioenrichtleeftijd gaat stijgen naar 69 jaar, die dan in 2031 zou moeten worden gecommuniceerd.

Geen wet van Meden en Perzen

Het kan zijn dat door demografische ontwikkelingen de levensverwachting sterker stijgt of daalt dan het CBS nu verwacht. Bij een sterkere stijging door bijv. medische ontwikkelingen, zal u voor 2031 al worden bericht dat de pensioenrichtleeftijd gaat stijgen. In een sterkere daling is in de wetgeving nog niet voorzien. Mocht bijv. de COVID-19 crisis hevig toeslaan dan zou de pensioenrichtleeftijd kunnen dalen, maar daar moet dan nog wel iets over worden afgesproken.

. r.