Intocht van mariniers na het voltooien van de eerste opleiding (foto: Ministerie van Defensie)

PRIKKEN EN PRIKKELS

Mariniers: slim en bijzonder

Volgens Wikipedia is een marinier een ‘zeesoldaat’, of ‘scheepssoldaat’ die wordt ingezet op of rondom de zee. We weten inmiddels dat de Zeeuwen zeer ontstemd zijn over het feit dat de aangekondigde en jarenlang voorbereide verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen door de staatssecretaris van Defensie is afgeblazen. Voor menig Zeeuw is daarmee bewezen dat de Nederlandse marinier niet langer geschikt is om op of rondom de zee te worden ingezet. En toch zijn die mariniers wel bijzonder.

Bekende mariniers zijn de generaal-majoors b.d. Frank van Kappen en Patrick Cammaert. Beiden hebben een belangrijke rol gespeeld als hoogste militair binnen de Verenigde Naties (VN) en als adviseur van de Secretaris-Generaal (SG) op het gebied van vredesoperaties. Van Kappen is daarna de Nederlandse politiek ingegaan en was twaalf jaar voor de VVD lid van de Eerste Kamer. Cammaert bleef heel lang actief als speciaal gezant, onderzoeker en missieleider voor de VN. Beiden vormen ongetwijfeld een goed voorbeeld van hoe een marinier zich kan opwerken en dienstbaar blijven aan het motto van het Korps Mariniers: ‘Qua patet orbis’ - o wijd de wereld strekt. Ook genm b.d. Kees Homan komt uit het mariniersnest. Homan heeft rechten en politieke wetenschappen gestudeerd en is na zijn militaire loopbaan in 1998 gaan werken bij Instituut Clingendael. Hij analyseert en becommentarieert sinds jaar en dag de militair-strategische ontwikkelingen in de wereld. Filosofische en ethische onderwerpen schuwt hij evenmin. Je komt zijn naam en zijn opvattingen bijvoorbeeld tegen bij symposia over de inzet van drones en andere vormen van technologie op het moderne slagveld. Een bijzondere oud-militair, die ook goed weet hoe je je boodschap in de media brengt.

Een ex-marinier die eveneens de aandacht op zich weet te vestigen, is maj b.d. Ingo Piepers. Veel landelijke dagbladen hebben hem de laatste tijd geciteerd. Zijn boodschap is dan ook een uiterst belangwekkende: ‘In 2020 zal de volgende wereldoorlog uitbreken!’ Piepers maakte zijn voorspelling in 2016 publiek in zijn boek 2020: WARning. Dit boek is een uitwerking van zijn dissertatie uit 2006 On the Thermodynamics of War and Social Evolution en heeft dus een wetenschappelijke basis.

De wetenschap gedijt volgens filosoof Karl Popper bij de poging tot falsificatie en reeds begin 2017 heeft Clingendael-medewerker Kars de Bruijne toegelicht dat de wetenschappelijke onderbouwing niet zo sterk is. Hij heeft argumenten aangevoerd die Piepers’ voorspelling minder waarschijnlijk maken. Maar je weet het natuurlijk maar nooit …

Een marinier heeft dus geen gebrek aan goede voorbeelden. En gedurende zijn loopbaan (zelden haar, hoewel dat tegenwoordig niet meer is uitgesloten) zijn er continu prikkels om het ego op een hoger niveau te tillen. Mariniers hebben namelijk hun eigen trotse geschiedenis en tradities. Eigen manieren van optreden, ontwikkeld met en afgestemd op de Britse Royal Marines. Ook eigen middelen, zoals speciale voertuigen (Bandvagns), wapens en communicatiemiddelen.

Dat materieel levert soms wel uitdagingen op. Zo zijn mariniers tijdens hun optreden technisch interoperabel met hun Britse collega’s, met wie ze overigens nog nooit daadwerkelijk zijn ingezet. Maar nationale interoperabiliteit, dus met eenheden van de Nederlandse landmacht, is een ander verhaal. Hun communicatie- en informatiesystemen zijn gebaseerd op andere standaarden en werken dus niet samen. En als de mariniers tijdens een missie de taak over moeten nemen van Nederlandse infanteristen - of omgekeerd - moeten helaas ook de eigen voertuigen en wapens worden in- en uitgevlogen.

Buiten de ophef over het afwijzen van een kazerne in Vlissingen, zijn ook de media doorgaans vol lof over onze mariniers. Dat geldt in ieder geval voor de militaire media. De Defensiekrant en bijvoorbeeld ook Materieel Gezien, de periodieke digitale uitgave van de DMO, getuigen daarvan in vrijwel elke editie.

Binnen onze krijgsmacht valt het echter niet in alle opzichten mee om marinier te zijn. Je kunt zomaar worden ingezet in Afghanistan of Mali, landen die niet grenzen aan de zee, en waar water zelfs een schaars goed is. Terwijl hij (of zij) is opgeleid om schepen te enteren en landingen uit te voeren op onbekende of vijandelijke kusten, moet ‘ie dan taken uitvoeren die eigenlijk voor een infanterist zijn bedoeld. Dan is ook de koud-weer-training van weinig waarde. Maar hij (of zij) is graag van huis, dus geen probleem zou je zeggen. Nogmaals: de Zeeuwen hebben hier inmiddels een iets andere mening over.

Foto: Ministerie van Defensie

De defensieleiding ziet mariniers niet graag de dienst verlaten. Nu had die leiding al lang een slecht gevoel bij het besluit om te verhuizen naar de Michiel Adriaansz de Ruyterkazerne in Vlissingen - jaren terug zo fraai en flux bekokstoofd binnen het CDA. Dus toen de staatssecretaris even niet meer wist wat ze moest doen om haar interne reputatie nog wat cachet te geven, binnen een organisatie die opnieuw onderaan bungelt op het politieke prioriteitenlijstje voor het komend jaar, heeft ze zich deze kleine draai veroorloofd.

De ‘Zeeuwse affaire’ laat zich samenvatten met enkele maritieme beeldspraken. Het begon met een uit koers geraakte politicus, die iets te hard van stapel liep. Gelukkig is men op de valreep alsnog overstag gegaan. Maar het is niet uitgesloten dat, voordat er volledig schoon schip is gemaakt, er zo meteen toch nog iemand de pisang is.

Hoe dan ook, het zijn van marinier blijft bijzonder!

Redactie

Foto: Ministerie van Defensie