VAN DE VOORZITTER

Hybride conflicten, hybride oorlog- voering

Onze politici, onze politieke meesters, doen hun werk niet goed

Hybride conflicten worden op dit moment al uitgevochten; hybride oorlogvoering vindt op dit moment al plaats. Hoe ziet de dreiging eruit en hoe reageren onze politici er op? Wat zou er moeten veranderen?

De bedreiging van onze veiligheid

Nederland en de meeste andere Europese landen zijn rijk. Een dreiging zal zich in eerste instantie dan ook richten tegen hun economische kracht, de samenhang van de samenlevingen en het peil van de voorzieningen ten behoeve van de burgers. Ook was duidelijk hoe bijvoorbeeld de presidentsverkiezingen van 2016 in de Verenigde Staten (VS) werden gemanipuleerd. Cyberaanvallen op onze digitale infrastructuur werden steeds succesvoller, waar wij in nog steeds toenemende mate afhankelijk worden van de digitalisering van de maatschappij. Zo zat ik in onlangs in een trein die stopte omdat de verbinding met de satelliet eruit lag. Het gebruik van fake news en de verspreiding hiervan met behulp van sociale media is tegenwoordig schering en inslag. Bij een terroristische aanslag op een elektriciteitscentrale zou de stroomvoorziening in een deel van Europa mogelijk langdurig in gevaar kunnen komen. In België wordt zo weinig elektriciteit opgewekt dat overwogen werd de Nederlandse Clauscentrale hiervoor op te starten. Het is mijn heilige overtuiging dat een F-35 eerder door een terroristische aanval, of door special forces, uitgeschakeld kan worden dan in de lucht. Ook het toenemende door elkaar lopen van boven- en onderwereld bedreigt onze veiligheid.

Het enige goede antwoord hierop is samenwerking tussen alle veiligheidsdiensten, met de nadruk op het delen van kennis. Wij zijn van nature gericht om in capaciteiten te denken, maar eerst en vooral gaat het om kennis en deze met elkaar te verbinden. Hoe pakken douane, de FIOD, de politie, Defensie, de beveiligingsbedrijven op hun eigen manier deze dreigingen aan, wat kunnen wij daarvan leren en hoe kan deze gebundelde integrale kennis tot gelding worden gebracht? Onlangs werd de Coalitie voor de Veiligheid opgericht door samenwerkende instanties in het veiligheidsdomein, van politie tot rechters en Defensie. Een combinatie van vakbonden en beroepsverenigingen. Niet alleen gericht op arbeidsvoorwaarden, maar met name en specifiek op de professie. Dit is het antwoord van deze samenwerkende vakbonden en beroepsverenigingen. Nu zouden onze politieke meesters moeten reageren. Deze zitten en denken helaas echter nog steeds in hun stovepipes. En zij maken de wetten en geven de opdrachten. Het gebrek aan inhoudelijke kennis van de ambtelijke top is pijnlijk duidelijk geworden door de fiasco’s bij de belastingdienst. Het rondpompen van algemene bestuurders is geen oplossing gebleken. Ik mag het natuurlijk niet zeggen, maar wellicht heeft Baudet wel gelijk met zijn voorkeur voor vakministers en vak-topambtenaren, mits ze bereid zijn om grensoverschrijdend te denken. Echter, de nadruk ligt nu veel te veel op de (partij-)politieke afwegingen en niet op het oplossen van de problematiek.

Onze politiek en militaire missies

In deze uitgave is voor het eerst een column van dr. Martijn Kitzen opgenomen. Ik werd een paar jaar geleden getroffen door zijn boek Oorlog onder de mensen, waarin hij uitgebreid ingaat op de pacificatie van Atjeh in de 19e eeuw en daarna een parallel trekt met het optreden van Nederland in Uruzgan en overige delen van Afghanistan. Ook hier is duidelijk dat wij vaak bezig zijn met capaciteiten, hoeveelheden mensen en middelen. Alleen, de kennis en de kunde die erachter moet zitten is veel belangrijker. In de opdrachten die er gegeven worden herken je de strategische armoede van onze politieke meesters. Met als kroon op deze onkunde wat mij betreft de deelname aan de missie in Kunduz. Daar ging het totaal niet om capaciteiten en middelen, in tegendeel. Het ging om een onuitvoerbare en onwenselijke opdracht. Een politiemissie naar Afghanistan met als doel analfabeten bonnen te leren uitschrijven terwijl wij ze hun primaire taak, bescherming van zichzelf en hen toevertrouwde burgers, niet mochten leren. En na de evaluatie valt iedereen over het te optimistisch voorstellen van de resultaten. Tweede Kamer kijk eens naar jezelf. De opdracht was verkeerd en jullie hebben hem afgedwongen. Durf jezelf eens te spiegelen. Bijna even erg was de nationale politieke discussie tussen Bos (PvdA) en Balkenende (CDA), een discussie die het einde van de Nederlandse missie in Afghanistan bepaalde.

Zelf heb ik in de Tweede Kamer deelgenomen aan een rondetafelconferentie over Mali. Hier heb ik kritische noten geplaatst over de opdracht, de artikel 100-brief en het niet evalueren van de doelstellingen zoals zij in deze brief waren opgenomen. Want dat ging over de politieke verantwoordelijkheid, daar wilde men het niet over hebben. De vragen gingen over de geneeskundige afvoercapaciteit. Daar werd de missie op beoordeeld. Een schrikbarend tekort aan kennis en inlevingsvermogen, een onvoorstelbare strategische armoede, zoals overigens ook hoogleraar militaire geschiedenis prof. Herman Amersfoort veel beter wist te duiden dan ik zou kunnen.

Martijn Kitzen zal op regelmatige basis, wetenschappelijk onderbouwd, aangevuld met zijn eigen ervaringen als militair in o.a. Uruzgan, met ons in discussie gaan. In zijn bijdragen zal hij zijn observaties uit het veld en over het defensiebeleid met onze lezers delen. Daarmee hebben we iemand in huis die zowel thuis is in diverse brandhaarden in de wereld als in de militaire praktijk. De NOV en ik zijn buitengewoon blij met zijn bijdragen. Dit geeft diepgang aan de discussie en tevens terugblikken en vergezichten over missies. Het politieke belang van missies komt ook aan de orde. De ontwikkelingen in de Sahel, rond Al Qaeda en IS, kunnen ons hard raken, maar wij slapen rustig verder tot het te laat is. De Tweede Kamer en onze bewindslieden zouden dit allang geadresseerd moeten hebben.

Strategische armoede

Jarenlang hebben wij veilig en goedkoop geschuild onder de militaire paraplu van de VS. Iedereen begrijpt dat dit voorbij is. Europa begint zich ervan bewust te worden dat zonder militaire macht de grootste economie ter wereld een lege dop is. Het Europese militaire landschap is hopeloos verdeeld. Elk land heeft zijn eigen leger, eigen voertuigen, vliegtuigen en vaartuigen. Eigen radiosystemen die niet veilig met elkaar kunnen communiceren. Maar ook deels andere doctrines. Gelukkig dat er nog een door de VS gedomineerde NAVO is zodat er nog zaken met elkaar in verband staan, waardoor men elkaar begrijpt. Ligt dit aan de militairen, expliciet nee. Het ligt aan de politici die willen dat hun eigen economie bevoordeeld wordt. Het absolute politieke onvermogen om met elkaar economische afspraken te maken. Dat zadelt Europa en zijn militairen op met een bijkans onhaalbare opdracht. Ook hier geldt dat de politieke meesters moeten begrijpen dat kennis en inzicht nodig zijn om de passende doelstellingen te kunnen formuleren. Dat niet het politiek proces moet prevaleren, maar dat men zich dienend moet opstellen aan de maatschappij, aan Nederland.

Democratie is een prima staatsbestel, het legt de macht bij kabinet en parlement. De grote zwakte zit hem in het prevaleren van de partijpolitieke afwegingen boven het daadwerkelijk met visie aanpakken van problemen. De strategische armoede van onze politieke leiders. Voor visie moet je naar de oogarts (vrij naar premier Rutte). Dit is de grootste ziekte van deze tijd en wij moeten onze politieke meesters hier veel harder op aanspreken. Dit kan zo niet langer.

Opmerking van de redactie: Verderop in dit nummer zijn nog twee artikelen geplaatst over hybride oorlogvoering, respectievelijk van de hand van dr. Martijn Kitzen en van bgen b.d. Ruud Vermeulen. Beide artikelen hebben relevantie voor deze column.