BOEKBESPREKING

Falend licht

Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor

DR. JAAP ANTEN

Titel: Falend licht. Ondertitel: Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor. Auteurs: Ivan Krastev en Stephen Holmes Oorspronkelijke titel: The light that ended Vertaling: Frans Reusink Uitgever: Atlas Contact (2019) Recensent: Dr. Jaap Anten

Dit boek gaat precies over wat zijn titel belooft. Vooral over hoe het Westen de vrede verloor, anders gezegd over de teloorgang van de westerse 'liberale wereldorde', de verlichte orde die na 1990 zo onaantastbaar leek. Maar, zo tonen Ivan Krastev en Stephen Holmes aan, onze hoog oplichtende orde creëerde zijn eigen ‘illiberale slagschaduw door zijn zelfvernietigende idee de wereld te overheersen’. Dat laatste is belangrijk, want de auteurs ontlenen hun bewijsvoering primair aan hetgeen de landen die in 1989 nog achter het IJzeren Gordijn lagen in de jaren daarna doormaakten. Landen die nu deel uitmaken van de EU en de NAVO, of waar Rusland zwaar tegenaan drukt.

De averechtse werking van het westers liberalisme op Oost-Europa

Waarop komt hun bewijsvoering op neer? Rond 1989 geloofden de elites van de landen achter het IJzeren Gordijn allang niet meer in het communisme. Je kunt hooguit zeggen, denk ik, dat deze elites alleen nog geloofden in het verdedigen van de maatschappelijke ordening die dit door de Sovjet-Unie opgelegde systeem met zich meebracht. Toen deze orde opeens instortte, omarmden de Oost-Europese landen de westerse liberale orde, die welvaart en vrijheden beloofde. Zij dachten aan die orde tot dan toe. In werkelijkheid - en voor deze landen helaas - maakte de liberale orde al voor en zeker door de val van de Berlijnse Muur een krachtige ontwikkeling door. 'Zonder alternatief machtscentrum dat zijn aanspraak op de toekomst van de mens kon aanvechten, werd het liberalisme verliefd op zichzelf en raakte het de weg kwijt' (p. 258). Die krachtige ontwikkeling uitte zich in het privatiseren van publieke instellingen en publieke bedrijven in West-Europa. Alle Oost-Europese landen imiteerden dit, waardoor de bestaande elites ongekende rijkdom verwierven. Het Westen stimuleerde deze privatisering. De bevolking van deze landen - over wie het toch zou moeten gaan - merkte maar weinig van de toegenomen privé-rijkdom.

Deze nieuwe tweedeling werd verergerd door het vrije verkeer van personen na de val van de Muur en al helemaal door het vrije verkeer toen veel van deze landen toetraden tot de Europese Unie (EU). Het jonge, ondernemende en goed opgeleide deel van de bevolking trok naar het Westen. Waarom afwachten tot Bulgarije ooit zo rijk als Frankrijk werd, als je in Frankrijk zelf kon wonen? Vanaf 1989 tot 2017 verloor Oost-Duitsland veertien procent van zijn bevolking, Bulgarije 21, Litouwen 22,5 en Letland liefst 27 procent! (p. 51).

Door deze leegloop begonnen de achtergebleven bevolkingen zich zorgen te maken of zij en hun natiestaat nog zouden voortbestaan. Deze volkeren hebben eeuwen ervaring in wat het betekent te moeten leven zonder eigen natiestaat en onderdrukt te worden door grotere mogendheden.

Oost-Europees illiberalisme

Ook de EU wordt steeds meer als onderdrukkend gezien. Behalve niet aflatende westerse kritiek krijgen de voormalige Oostbloklanden allerlei 'nationale wetgeving' uit Brussel opgelegd die zij moeten slikken zonder zeggenschap erover. Die kan niet bijgestuurd worden, want alles wordt door Brussel voorgesteld als zou er geen alternatief zijn. Maar 'geen alternatief' is nu juist wat het communisme altijd uitdroeg en de afkeer ervan deed deze landen in 1990 het liberalisme te omarmen. Maar nu wordt door velen een liberale imitatiestaat verworpen.

De onvrede van de achtergeblevenen in deze landen leidde tot het succes van het populisme, bijvoorbeeld in het Hongarije van president Orbán. De auteurs beschouwen een dergelijk populisme als zeer kwalijk. De oude, door de liberale uitverkoop van de publieke middelen verrijkte, elite raakte bevreesd voor liberale regels uit Brussel, die hun machtspositie en rijkdom controleerden. Om macht te behouden maakte deze elite na 1990 een tweede draai. Nu naar het populisme, waarbij zij zich voordoen als de voorhoede van de in het gedrang geraakte bevolking. En meer dan dat, zij claimen de voorhoede te zijn van een nieuw nationaal élan dat de westerse landen de weg wijst.

Poetins illiberalisme

Krastev en Holmes besteedden ook veel aandacht aan het Russische populisme onder Poetin. Kort gezegd, de liberale shocktherapie in de jaren ‘90 leidde tot chaos en , een kleine elite verrijkte zich aan de privatisering van het publieke goed. In feite was het land corrupt, onbestuurbaar en de westerse liberale druk erop enorm. Onder de voorman van de elite, de eerste gekozen Russische president Jeltsin, werd daarom een politiek systeem van vrije verkiezingen geïntroduceerd. Deze werden echter in hoge mate gemanipuleerd.

Waarom heeft de nieuwe voorman van de elites, Poetin, die zijn eerste twee presidentsverkiezingen zeker had kunnen winnen, verkozen deze toch te manipuleren? Omdat manipulatie de essentie ervan vormt. Na 1991 bestond er simpelweg geen werkend politiek systeem meer. De verkiezingen vormden een praktijktest om te bepalen welke bestuurders in het land capabel en betrouwbaar zijn. Die zorgen ervoor dat hun verkiezingsuitslagen de voorkeur van het Kremlin opleveren, inclusief ongevaarlijke oppositieleiders. Zo wordt voorkomen dat er een waslijst van maatschappelijke problemen naar boven komt, die niet makkelijk te verhelpen zijn, zoals de steeds afnemende bevolking. En, niet minder belangrijk, die bevolking krijgt zo het fatalistische gevoel dat er geen alternatief voor Poetin is.

Op die manier vormen de verkiezingen een politiek systeem waarmee Poetin en de zijnen een losse, maar zichtbare, greep op het moeilijk bestuurbare land weten te houden. Dat doet hij verder door, paradoxaal genoeg, een zeer krachtige leider te imiteren, die zogenaamd alles onder controle heeft. Daartoe behoort ook kracht tegenover het buitenland. In 2007 maakte Poetin, uit frustratie van hem en veel Russen, dat het Westen Rusland niet serieus nam als grote internationale speler, een draai. Hij wierp alle schijn af dat Rusland een liberale navolger van het Westen wilde zijn. De gevolgen zijn bekend. En om zijn eigen autocratisch handelen te verdedigen, richtte hij onder het motto aanval is de beste verdediging zijn pijlen op de tekortkomingen van het westerse liberalisme en het Amerikaanse exceptionalisme. Daarbij kreeg hij later steun uit onverwachte hoek.

Trump

Op 20 januari 2017 trad in de Verenigde Staten (VS) een populistische president aan. In Krastevs en Holmes' visie is winnen Donald Trumps doel. Zeker bij politieke en economische deals. Een goede deal, dat is als jij zelf wint, en niet de ander. Liegen en de waarheid spreken zijn slechts instrumenten om te kunnen winnen, tonen zij met de nodige voorbeelden aan. Zijn tegenstanders ziet Trump als hemzelf, en als die hem leugens verwijten, doen ze dat om te winnen. Liegen is bovendien net als bij Poetin een belangrijke lakmoesproef, want wie achter je blijft staan terwijl je blijvend aantoonbare onwaarheden blijft herhalen, die is loyaal. Dit willen winnen komt er volgens de auteurs uit voort dat voor Trump de wereld een jungle is. Trump heeft dan ook geen moeite met Poetins kritiek op het Amerikaanse liberalisme en lichtend exceptionalisme. Het gaat om America First. Dat betekent alle andere landen zo klein mogelijk houden. Deels door bewust niet hun lichtende voorbeeld te vormen. Het is in Trumps ogen niet best dat zijn landgenoten na 1945 Duitsland en Japan zo sterk hielpen om het Amerikaanse liberale systeem te imiteren, dat ze gevaarlijke economische concurrenten werden.

China

Maar de gevaarlijkste concurrent is China. China heeft ook de productie en welvaart van liberale landen geïmiteerd, maar heeft nooit geprobeerd hun politieke systeem te imiteren. Holmes en Krastev wijzen erop, net als velen voor hen deden, dat China altijd een beschaveningsstaat is geweest, die zich slechts voordoet als een westerse natiestaat. Noodgedwongen vanwege de negentiende-eeuwse westerse expansie, moet ik er aan toevoegen, compleet met landkaarten waarop zijn nationale grenzen moeten staan. De auteurs begrijpen dat China's maatschappelijke opvattingen door zijn gewicht de rest van de wereld beïnvloeden. Maaar beschavingsstaat heeft als voordeel dat China, na de eenmalige, mislukte poging van Mao Zedong om zijn nieuwe revolutionaire staat te exporteren, geen behoefte heeft anderen zijn politieke systeem op te dringen.

Slotopmerkingen

Dit boek onderscheidt zich enigszins van soortgelijke hedendaagse door de zeer analytische en daardoor overtuigende aanpak. Een kernbegrip is imitatie. Vele landen imiteerden het westerse systeem, waarbij het maar beperkt of gesimuleerd werd ingevoerd. Helemaal aan het eind schrijven zij:

'Wij kunnen er eindeloos over treuren dat de wereldwijde dominante liberale orde niet meer bestaat, of we kunnen er verheugd over zijn dat we teruggaan naar een wereld van elkaar voortdurend verdringende politieke alternatieven […]. Wij kiezen ervoor om verheugd te zijn in plaats van te treuren' (p. 259).

Te treuren om het unipolaire liberalisme, dat verliefd werd op zichzelf en geen alternatieven accepteerde en daardoor in Europa juist zijn illiberale tegendeel creëerde. Zeker de EU is hier schuldig aan. Een oplossing hiervoor geven de auteurs niet. Maar een aanzet daartoe vormt het deel van het citaat dat ik hierboven tussen [...] heb weggelaten:

'in het besef dat een afgestraft liberalisme, dat is genezen van zijn irreële en zelfvernietigende ambitie om de wereld te overheersen, het politieke idee is dat het meest bruikbaar is in de eenentwintigste eeuw.'

Daaronder moet dus ook de omgang met Oost-Europa worden verstaan. Er resteert hier weinig plaats deze gedachte verder uit te gaan werken. Naar mijn mening moet liberal-rules-based-Brussels kiezen voor een analytischer en probleemgerichte aanpak met kleine stapjes voorwaarts. Daarbij moeten niet de regels, maar welzijn en welvaart van de locale bevolkingen centraal staan. Anders raakt de EU verder gespleten en, naar mijn mening de NAVO, die naast een militair een politiek bondgenootschap is, óók. Een gespleten EU ondermijnt dit bondgenootschap, dat veel en veel meer op Europese kracht zal moeten gaan leunen. Oost-Europese 'Erdogans' doen dit alles weinig goed. En China slaagt er nu al in de Oost-Europese landen af te houden van veroordelingen van de Oeigoeren. Ondertussen blijft de westerse 'liberale wereldorde' bezig met de Zuid-Chinese Zee...